+31 (0) 30 602 16 17

Uitbreiding handhaving schijnzelfstandigheid

3 juli 2018

De Belastingdienst en de Inspectie SZW gaan de handhaving bij schijnzelfstandigheid uitbreiden. Dat staat in een brief van minister Koolmees van 22 juni jl. In de brief informeert de minister de Tweede Kamer over de voortgang van de uitwerking van maatregelen, die in het regeerakkoord zijn afgesproken om schijnzelfstandigheid bij zzp’ers tegen te gaan.

Handhaving Belastingdienst

Officieel is de handhaving bij schijnzelfstandigheid opgeschort tot 1 januari 2020. Alleen ‘kwaadwillenden’ kunnen aangepakt worden. De Belastingdienst gaat echter wel vanaf juli, ten minste 100 opdrachtgevers ‘bezoeken’. Vooral opdrachtgevers die nog niet eerder bij de Belastingdienst in beeld zijn geweest en waar het risico op schijnzelfstandigheid het grootst is. Daar kunnen zzp'ers werken waar de wetgeving voor werknemers op van toepassing hoort te zijn. In verschillende branches worden opdrachtgevers geselecteerd die:

  • Geen modelovereenkomst hebben;
  • Die een beoordeling van een modelovereenkomst hebben afgebroken;
  • Waarvan de overeenkomst van de opdracht niet is goedgekeurd door de Belastingdienst; 
  • Die wel een door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst hebben.

Anders gezegd: iedereen kan gecontroleerd worden. Met deze opdrachtgevers volgt een gesprek om meer te weten te komen over hun ervaringen en werkwijze. Als er een modelovereenkomst is, wordt beoordeeld of feitelijk in overeenstemming met die overeenkomst wordt gewerkt. Bij ‘kwaadwillendheid’ kan de Belastingdienst een naheffingsaanslag met boete opleggen of een strafrechtelijk traject in gang zetten.

En wie zijn ook al weer ‘kwaadwillend’?

De minister erkent dat de wetgeving voor zelfstandigen onduidelijk en onnodig ingewikkeld is maar wie kwaadwillend zijn, zegt hij niet. Gevraagd naar de betekenis van het begrip antwoordt de minister:

Het uiteindelijke oordeel over de vraag of er bij een individuele opdrachtgever al dan niet sprake is van werkgeverschap is aan de rechter en wordt gevormd op basis van het totaal aan feiten en omstandigheden van dat specifieke geval. Over individuele belastingplichtigen kunnen op grond van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) geen mededelingen worden gedaan.

Welke criteria gelden blijft onbekend. De markt heeft ook niet de mogelijkheid om te leren van eerdere voorbeelden van kwaadwillendheid. Die voorbeelden zijn er niet. Tot dusver zijn 49 onderzoeken ingesteld naar mogelijke evident kwaadwillenden. In 38 gevallen kon de Belastingdienst het bewijs niet rondkrijgen en de andere elf onderzoeken lopen nog steeds. Tot dusver is er dus niemand gevonden waarvoor geldt dat zij een ‘oneigenlijk voordeel behalen of het speelveld op een oneerlijke manier aantasten’. Verder is het opmerkelijk is dat een opdrachtgever niet (meer) kwaadwillend is, als deze bereid is om zijn (of haar) werkwijze aan te passen, na overleg met de Belastingdienst (zie halfjaarverslag Belastingdienst).

Ik denk dat het ook na 1 juli wederom moeilijk - zo niet ondoenlijk - zal zijn om kwaadwillende opdrachtgevers te vinden. In een economie die op een kapitalistische leest is geschoeid, maken bedrijven nu eenmaal keuzes, die in de eerste plaats goed zijn voor hun eigen organisatie. Als die keuzes in de praktijk tot onwenselijke uitkomsten leiden, is het de taak van de volksvertegenwoordiging om een (moreel) kader te geven. Bestraffing en belastingheffing volgen uit dat kader. Niet op basis van een waarde-oordeel van een belastinginspecteur.

Handhaving Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid

De Inspectie SZW is gevraagd om expliciet aandacht te besteden aan schijnzelfstandigheid en ‘eerlijk werk’. Bij deze handhaving gaat actief informatie uitgewisseld worden met de Belastingdienst. Voor de Inspectie SZW geldt geen beperking in de handhaving bij schijnzelfstandigheid en wordt met name gelet op:

  • Onderbetaling;
  • Lange werkdagen;
  • Illegale tewerkstelling;
  • Naleving van de Waadi; 
  • Schijnconstructies.

Onderzoek naar zzp-markt

De brief van minister Koolmees wekt de indruk dat we nog volop in de ideeënfase zijn. De minister wil zo te zien tot degelijk onderbouwde besluitvorming komen waar voldoende draagvlak voor is. De bedrijfsbezoeken bij opdrachtgevers lijken vooral bedoeld om meer inzicht te krijgen in de bestaande zzp-praktijk. In overleg met de Europese Commissie wordt ook onderzocht of een verplichte arbeidsovereenkomst bij lage tarieven mogelijk is. Daarnaast doen externe adviseurs (al dan niet met behulp van veldpartijen) onderzoek naar tarieven en de tariefopbouw van zzp’ers en het begrip ‘gezag’. Deze uitwerking van het gezagsbegrip, die dit jaar verschijnt, kan vervolgens hopelijk gebruikt worden in de te ontwikkelen webmodule om de zelfstandigheid van een zzp’er vooraf mee te beoordelen.

Wat doet Brainnet?

Brainnet blijft kritisch beoordelen of een inzet van zzp´ers voor een specifieke opdracht mogelijk is. Daarmee voorkomen we onduidelijkheid over de positie van de zzp´er vooraf en de extra kosten van eventuele naheffingen, pensioenpremie of andere onverwachte werkgeversverplichtingen. We werken samen met tientallen klanten en honderden zzp'ers. Ons valt daarbij op dat iedereen zijn best doet om zich - zo goed en zo kwaad als dat gaat - aan de wet te houden. Wij zien vooral welwillendheid om schijnzelfstandigheid te voorkomen. Voor rechtszekerheid in zzp-Nederland hebben we helaas nog een weg te gaan…

Jasper Commandeur
Fiscalist Brainnet

>>>Uitbreiding handhaving schijnzelfstandigheid