+31 (0) 30 602 16 17

Is er leven na de VAR?

12 september 2015

Ik weet dat het eraan zit te komen, maar wat het in de praktijk voor mij gaat betekenen, is nog steeds ongewis’, verzucht de zzp’er. ‘Ik laat mijn boekhouder dat voor mij uitzoeken.’

Als de Eerste Kamer binnenkort ermee instemt, verdwijnt per 1 januari volgend jaar het boterbriefje voor zelfstandigen, de zogeheten verklaring arbeidsrelatie (VAR). Daarvoor in de plaats komen sectorale model­overeenkomsten aan de hand waarvan de fiscus vrijwaring verleent voor de afdracht van loonheffingen.

P&O-managers zijn in de regel wel iets verder met hun voorbereidingen op de komst van de nieuwe Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie (Wet DBA), die als belangrijk doel heeft schijnzelfstandigheid tegen te gaan. ‘Sinds twee maanden zijn we bezig de relatie met alle afzonderlijke freelancers precies in kaart te brengen, maar hoe de arbeidsrelaties uiteindelijk eruit komen te zien, weten we nog niet’, vertelt de HR-manager bij een grote uit­geverij. ‘Het is afwachten hoe het ­modelcontract voor de sector uitpakt.’

Maar daar wringt juist de schoen. Minder dan vier maanden voor de geplande invoering bestaat er welgeteld één goedgekeurd contract (dat van de thuiszorgsector) en wordt er nog volop gesteggeld over hoe de nieuwe wet moet worden geïmplementeerd en gecontroleerd. ‘Het moet nog blijken of de Wet DBA een verbetering is op de VAR’, zegt Boris Emmerig, belastingadviseur bij Deloitte Global Employer Services. ‘Zoals het er nu naar uitziet, brengt de wet juist meer regeldruk met zich mee terwijl de controlecapaciteit van de Belastingdienst er niet mee toeneemt.’

Waarom dan deze grote omwenteling?

De ontstaansgeschiedenis en de knel­punten op een rij:

  • Waarom voldoet VAR niet meer?

‘De VAR past in een rijtje van overheidsregelingen die aan hun eigen succes zijn bezweken.’ Emmerig vergelijkt de regeling met het belastingvrije spaarloon dat zo populair werd dat de overheid zich gedwongen zag het af te schaffen. De schatkist schoot er te veel bij in.

‘Datzelfde proces heb je bij de VAR gezien. De grote veranderingen op de arbeidsmarkt hebben tot een explosieve stijging van het aantal zelfstandige ondernemers zonder personeel geleid. Het zijn er nu pakweg een miljoen, tegen 200.000 in 2002. Die groep betaalt minder inkomstenbelasting en geen werknemerspremies en dat slaat een gat in de overheidskas.’

Met het aantal zzp’ers groeide ook de hoeveelheid ‘schijnzelfstandigen’, werkenden die eigenlijk niet of nauwelijks ondernemersrisico lopen, maar op wie werkgevers graag een ­beroep doen omdat hun kosten lager liggen dan die van vaste werk­nemers en zij geen ontslagbescherming hebben.

Over de omvang van het verschijnsel ‘schijnzelfstandigheid’ zijn overigens geen harde cijfers beschikbaar.

Diverse onderzoeken geven uiteenlopende schattingen, van 4% tot 11%. Ook staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën beschikt niet over harde data. Toch zou het probleem substantieel genoeg zijn om actie te ondernemen, zo bleek na overleg met vakbonden, zzp-organisaties en werkgevers.

Voordat de VAR in 2001 werd geïntroduceerd, was het verschijnsel zzp’er veel minder populair. Zelfstandigen sloten toen individuele zogeheten overeenkomsten van opdracht met de opdrachtgever. Hier zat een risico voor loonheffing voor de opdrachtgever in. Om dat risico vooraf af te kunnen dekken, werd de VAR in het leven geroepen.

De sociale en fiscale gevolgen zetten het kabinet in 2014 aan een nieuwe regeling te ontwerpen, de BGL (beschikking geen loonheffing). De kritiek daarop was zo groot dat dit voorstel vorig jaar werd ingetrokken. Het alternatief , DBA, ligt nu bij de Eerste Kamer nadat de Tweede Kamer het in juni bijna unaniem  had goedgekeurd.

  • Wat beoogt de nieuwe wet?

Belangrijk is dat — anders dan bij de VAR — zowel opdrachtgever als opdrachtnemer verantwoordelijk wordt gesteld voor een juiste weergave van de arbeidsrelatie. ‘Nu komt alles nog op het bordje van de zzp’er terecht’, zegt Frank Alfrink van belangenorganisatie ZZP Nederland. ‘In die zin is de nieuwe wet een duidelijke vooruitgang.’ Ook moet de wet de regeldruk verminderen.

Nu nog is het zo dat als een zzp’er over de juiste VAR beschikt, zijn opdracht­gever gevrijwaard wordt van het inhouden en betalen van loonheffingen. Blijkt echter achteraf dat hij eigenlijk als werknemer heeft gewerkt, dan draait de zzp’er op voor de gevolgen.

Krachtens de nieuwe wet wordt die verantwoordelijkheid gedeeld. Al dan niet loonheffing wordt bepaald aan de hand van een overeenkomst van opdracht die vervolgens ter goedkeuring kan worden voorgelegd aan de fiscus. Het idee is dat wie conform zo’n goedgekeurde overeenkomst werkt, ­zekerheid vooraf krijgt dat er geen loonheffing hoeft plaats te vinden.

Het uitgangspunt is dat er per sector modelovereenkomsten worden voorgelegd, die na goedkeuring door de Belastingdienst op het web worden gepubliceerd. Uiteindelijk zouden zo circa veertig modelovereenkomsten moeten ontstaan, toegesneden op de specifieke kenmerken van verschillende bedrijfstakken.

Lobbygroep PZO-ZZP juicht deze benadering in principe toe. ‘Mits goed toegepast zal de nieuwe wet de administratieve rompslomp voor de zelfstandige aanmerkelijk verminderen’, stelt voorzitter Denis Maessen. ‘Bij de bevestiging van opdracht hoeft de zelfstandige dan alleen aan te geven welk modelcontract van toepassing is en dat er conform die voorwaarden wordt gewerkt.’

In de praktijk lijkt het echter anders te lopen.

Tot dusver zijn er naar verluidt ‘rijp en groen’ zo’n 150 modelovereenkomsten voorgelegd, vertelt Alfrink van ZZP Nederland. Maar behalve in de zorg is er nog helemaal niets op internet gepubliceerd. Dat verbaast Emmerig van Deloitte niet: ‘Bedrijven moeten juridische kosten maken bij het opstellen van zo’n model­overeenkomst, maar worden dan geacht die gratis beschikbaar te stellen. De overheid heeft zich hier te afhankelijk gemaakt van de markt.’

Een punt van zorg voor de zzp-belangenorganisaties is het toetsingskader dat de Belastingdienst hanteert. Alfrink: ‘De tot nu toe ingediende overeenkomsten worden zeer gedetailleerd bestudeerd. Als je in plaats van op hoofdlijnen op het kleinste detailniveau gaat beoordelen, dan is het gebeurd met het sectormodel. In plaats van pakweg veertig overeenkomsten, zoals Wiebes voorstaat, dreigen er eerder honderden, zo niet duizenden te ontstaan. Er blijft dan niets over van de beoogde administratieve lastenverlichting.’   Volgens de Belastingdienst kan de beoordeling niet grofmazig zijn, omdat moet worden uitgesloten dat er sprake is van een dienstbetrekking. 'Maar uitpluizen is het andere uiterste', luidt het verweer.

  • Intermediair dreigt buitenspel te raken

Volgens de ZZP Barometer verkrijgen zeven op de tien zzp’ers weleens een opdracht via een intermediair. Toch houdt de nieuwe wet geen rekening met deze vorm van dienstverlening. Volgens brancheorganisaties NBBU en Bovib zullen ruim 100.000 zelfstandigen daardoor opdrachten mislopen.

De crux van het probleem is dat als een intermediair meer doet dan alleen bemiddelen tussen opdrachtgever en -nemer, het volgens staatssecretaris Wiebes ‘lastig’ wordt om daar geen dienstbetrekking in te zien. Maar, stelt Dafna Holtzer van de NBBU, dat is bijna altijd het geval. ‘Meestal gaat het juist om juridische tussenkomst’, zegt zij. ‘Grote bedrijven of gemeenten contracteren nu eenmaal niet individuele zzp’ers. Een project wordt neergelegd bij een professionele intermediair die het hele inhuurproces voor zijn rekening neemt, waaronder de zoektocht naar de juiste persoon. De intermediair fungeert daar uitsluitend als juridische opdrachtgever van de zzp’er, want het werk wordt uitgevoerd voor een derde.’

Anders dan bij andere opdrachtgevers wordt de arbeidsverhouding tussen intermediair en zzp’er gezien als fictief dienstverband en wordt de intermediair niet gevrijwaard voor de loonheffing. Behalve als de zzp’er daadwerkelijk als ondernemer wordt aangemerkt. ‘Dat is principieel onjuist’, verwoordt Holtzer het standpunt van NBBU en Bovib. ‘Als intermediairs zijn wij de enigen die genoodzaakt zijn om dit uit te zoeken. Maar het valt ook buiten ons blikveld. Dat is de taak van de Belastingdienst.’

Het wetsvoorstel zoals dat er nu ligt, maakt intermediairs het werken onmogelijk, zeggen NBBU en Bovib. Holtzer: ‘In feite kun je stellen dat als modelcontracten worden ingevoerd, de VAR wordt afgeschaft. Intermediairs moeten er zelf maar achter komen of iemand ondernemer is. De problemen gelden overigens niet alleen voor intermediairs, maar voor iedere situatie dat een zzp’er via een partij een opdracht uitvoert voor een derde. En dat ­gebeurt in Nederland op grote schaal.’

De brancheorganisaties pleiten daarom voor uitstel van afschaffing van de VAR totdat er een oplossing wordt gevonden.

  • Uitvoering en controle zijn heikele punten

Wie volgens de overeenkomst werkt zal dus vrijwaring van loonheffing — zekerheid vooraf — krijgen voor een termijn van vijf jaar, zo staat in het wetsvoorstel. Maar fiscalisten bestrijden die vermeende zekerheid. Als bij controle door de Belastingdienst blijkt dat niet volledig naar de kleine lettertjes van de (model)overeenkomst is gehandeld, kunnen opdrachtgever en -nemer alsnog een duw krijgen.

De vraag is dan wie de schade — de niet afgedragen loonheffing en sociale premies — uiteindelijk voor zijn kiezen krijgt.

De fiscus richt zijn pijlen op de werkgever,  zo laat Financiën weten.    Voor de zzp’er kan een schadeclaim van zijn opdrachtgever achteraf desastreus zijn. Hij kan ook zijn fiscale voordelen, zoals zelfstandigenaftrek en mkb-vrijstelling voor de betrokken opdracht mislopen.

De controle op de relatie tussen opdrachtgever en -nemer zal risicogericht zijn, aldus de Belastingdienst. Anders dan bij de VAR zal de opdrachtgever onder de loep worden genomen. De afgelopen jaren voerde de Belastingdienst jaarlijks niet meer dan 1500 controles uit op de geldigheid van verleende VARs. Wiebes heeft aangekondigd 60 inspecteurs hiervoor in te zetten.

  • Advies: houdt fiscus en lobby in de gaten

De pro-actieve zelfstandige houdt de website van de Belastingdienst waarop de modelovereenkomsten worden gepubliceerd goed in de gaten. Staat daar een modelcontract op dat van toepassing is op de sector waarin hij werkt, dan kan hij met zijn opdrachtgever besluiten dit contract vanaf volgend jaar te gaan gebruiken. Bij meerdere opdrachtgevers in verschillende sectoren passen vermoedelijk andere modelcontracten. Zit zijn sector er niet tussen, dan is het een optie samen met een fiscalist een eigen modelovereenkomst op te zetten. Die moet dan naar de Belastingdienst worden gestuurd om te worden getoetst. Zzp’ers die zijn aangesloten bij een intermediair, doen er goed aan deze organisatie te benaderen. De Belastingdienst zegt met deze sector nadere afspraken te gaan maken. Ook de Eerste Kamer kan nog zaken wijzigen. Tot slot: Wie in het verleden zonder VAR werkte, kan dat blijven doen. Het boterbriefje blijft vrijwillig.

Bron: dit artikel is voor het eerst gepubliceerd op fd.nl
Klik hier voor het originele artikel

Meer informatie?

Kijk op deze pagina voor alles wat u moet weten over de Wet DBA.

>>>Is er leven na de VAR?