Vragen? Bel +31 (0) 30 602 16 17

Interview Zipconomy: het draait allang niet meer om vast versus flex

21 augustus 2017

Interview Zipconomy: het draait allang niet meer om vast versus flex

De arbeidsmarkt trekt aan. Goed gekwalificeerde mensen, voor zowel vast als flex, zijn steeds moeilijker te vinden. Bedrijven die vraag en aanbod bij elkaar brengen – op wat voor manier dan ook – kennen momenteel dan ook over het algemeen uitstekende tijden. Maar toch is er nog eentje die er bovenuit steekt.

In de hoogste omzetcategorie is het landelijk toch nog niet overal bekende Brainnet de partij met veruit de grootste omzetgroei, constateerde Flexmarkt onlangs. In 2016 groeide de omzet er met zo’n 47 procent, waarmee het dus bijna 1,5 keer zo groot werd als in 2015. Het bedrijf uit Nieuwegein staat nu zesde om de omzetranglijst van 2016. En ook dit jaar gaat de groei gestaag door. Allemaal autonoom, dus zonder overnames.

Koester de onafhankelijkheid

Dat roept een paar interessante vragen op. Natuurlijk de vraag: waar komt die groei vandaan? Maar ook: wat zegt dat over de huidige flexmarkt? Het businessmodel van het in 1996 opgerichte Brainnet, dat als Managed Service Provider (MSP) het totale inhuurproces voor zijn klanten verzorgt, is immers niet alledaags. Het is in elk geval anders dan dat van veel detacheerders en uitzenders, die wel in dezelfde markt actief zijn.

Brainnet concurreert niet op arbeidskrachten, het bedrijf detacheert geen eigen medewerkers. Daarentegen werkt het samen met een omvangrijk (internationaal) netwerk van duizenden leveranciers bestaande uit uitzendbureaus, detacheringsbureaus, maatschappen, brokers en zzp’ers. In juridische zin is Brainnet een ‘uitleenbureau’: het huurt uitzendkrachten, gedetacheerden en zzp’ers in (rechtstreeks of via intermediairs), en stelt deze vervolgens ter beschikking aan zijn opdrachtgevers.

Directeur Anne Meint Bouma neemt graag uitgebreid de tijd om op de vragen in te gaan. Maar één aspect wat daarbij altijd terugkomt is: onafhankelijkheid. Want de onafhankelijkheid van Brainnet koestert hij als ware het een Stradivarius. ‘Dankzij onze onafhankelijkheid kunnen we een neutrale kennisspeler blijven en specialist op alle vormen van flex’, zegt hij. ‘Opdrachtgevers waarderen het dat we zelf nooit belang hebben bij de inzet van specifieke kandidaten. Dat komt omdat we nooit eigen mensen detacheren. Wij maken geen marge op de professionals die we inzetten. We zijn ook niet gebonden aan één vorm van flex. Onze visie is: we willen voor alle capaciteitsvraagstukken een oplossing bieden. De vraag centraal, de contractvorm is ondergeschikt.’

Transparantie zorgt voor gelijk speelveld

Naast onafhankelijkheid, benadrukt Bouma nog een pijler van het bedrijf: transparantie. ‘Dat betekent: geen verborgen kosten, volledige openheid over onze rol, de inhuurvoorwaarden, contractafspraken en vergoedingen. Geen ingewikkeldheden: de klant staat centraal. Om die reden is alles wat wij doen 24/7 realtime inzichtelijk voor opdrachtgevers.’

Anne Meint Bouma

Bouma zegt zich ‘te verbazen’ over de nog steeds heersende onduidelijkheid die er is bij kandidaten en inhurende managers over tarieven, marges en contractvoorwaarden. ‘Terwijl inhuur van mensen volgens mij juist bij uitstek geschikt is om transparant over te zijn. Dan kun je ook je toegevoegde waarde duidelijk maken.’

Door transparant te zijn, creëer je namelijk een gelijk speelveld, zegt hij. Dit zorgt voor een ontspannen samenwerking. ‘Het geeft alle partijen vertrouwen, en het verbetert de wederzijdse betrokkenheid, en de concurrentiepositie en reputatie van opdrachtgevers. Professionals treden dan op als ambassadeurs en zijn bereid om hun ervaringen te delen met anderen. Ze willen hierdoor graag opdrachten uitvoeren. Gevolg: toename van het aanbod, en marktconforme tarieven.’

De integrale aanpak

Goed, dat klinkt mooi. Maar dan nog, wat zegt het over de markt dat een speler als Brainnet het hardst groeit van allemaal? Bouma denkt dat het komt door wat hij noemt ‘het gras maaien voor de klant’.

‘Wij zien dat marktpartijen in een aantrekkende markt de keuze maken voor  detacheren met als doel marge maken op loondiensters,  en daarnaast om de contract-handling te doen. Maar dan word je dus inwisselbaar. Wij kiezen daar niet voor. Ik zie dat inhuur verder professionaliseert en dat opdrachtgevers op zoek zijn naar een inhuurspecialist die het gehele inhuurproces optimaliseert, inhuurrisico’s wegneemt en capaciteitsvraagstukken oplost. Dat is een breed aandachtsgebied wat veel kennis en kunde vraagt van verschillende disciplines en wat dus veel verder gaat dan het detacheren van medewerkers.’

Een voorbeeld: ‘Stel: je hebt een organisatie van 2.000 man vast. Dan gaan we eerst met  inkoop, hr, finance en de business om tafel zitten. We zien dan meestal dat al die stakeholders vanuit hun eigen aandachtsgebied een mening hebben over inhuur van externen en zicht hebben op hun eigen behoefte. Maar vaak ontbreekt de integrale aanpak. Op de vraag wie is verantwoordelijk is blijft het (te) vaak angstvallig stil. Onze kracht ligt er dan in om samen met die stakeholders eerst inzicht te creëren. Over hoeveel externe inhuur hebben we het eigenlijk? Is dat 10%, of 20%? En waar zitten ze, op welke functies en of projecten? Hoeveel leveranciers zijn er? Tegen welke tarieven? En hoe lang zitten ze daar al? Als je dat inzicht hebt, kun je vervolgens als klant beleid maken en erop gaan sturen.’

Flexschil in goede handen

Er is in elke organisatie behoefte aan een flexibele schil, weet Bouma. ‘En die wil je goed georganiseerd zien’. Bij Brainnet is dat in goede handen, zegt hij, ‘omdat we het niet alleen roepen, maar ook doen. Over de Wet DBA bijvoorbeeld. In februari 2016 kwam die wet in stemming in de Eerste Kamer, in maart hadden wij al een goedgekeurde modelovereenkomst en organiseerden we landelijke bijeenkomsten en spreekuren voor klanten én kennisleveranciers.’

Goed opdrachtgeverschap is er een goed alternatief voor de ‘race to the bottom’

In de markt ziet hij wel een steeds groter besef dat het niet zozeer gaat om een flexschil versus een vaste staf, maar dat het strategisch gezien draait om één personeelsbestand, vast én flexibel, en dat je die in samenhang moet bekijken. ‘Ik heb het zelf allang niet meer over vast en flex’, zegt hij. ‘De contractvorm maakt me uiteindelijk niet eens zoveel uit.’

Inhuur draait om de juiste mensen

Bouma ziet de vraag naar flex voorlopig nog niet afremmen. Organisaties beseffen steeds meer dat een goed ingerichte flexibele schil een strategisch HR-instrument kan zijn dat kan leiden tot concurrentievoordeel.

Maar ‘eerlijk zakendoen’ en ‘goed opdrachtgeverschap’ staan daarbij voor hem voorop, benadrukt hij. Volgens Bouma is er een goed alternatief voor de ‘race to the bottom’ die kan ontstaan als je alleen op tarief stuurt. En dat alternatief is: inzicht. ‘Als je het over professioneel inhuren hebt, gaat het om de vraag of je de juiste mensen kunt binnenhalen, tegen een marktconform tarief.  Dan gaat het bijvoorbeeld om: is de afweging gemaakt waaróm je iemand inhuurt? Wat gaat hij of zij doen? Zijn de kennis en kunde tijdelijk nodig, omdat het om een project gaat, of zijn ze structureel vanuit de bedrijfsvoering? Is de werving haalbaar en reëel?’

Dat zijn de belangrijke vragen, zegt hij, die elke organisatie zichzelf continu moet stellen. ‘Ik kan geen schaarste oplossen. Wat we wel kunnen doen is het hele HR-proces tegen het licht houden, en de klant dan volledig ontzorgen. In samenspraak met klanten bedenken we oplossingen, zoals het opstellen van een goede capaciteitskalender. Welke projecten gaan er spelen, welke mensen hebben we daarvoor nodig, wat hebben we intern en wat moeten we (tijdelijk) inhuren? Ik ga geen gouden bergen beloven. We geven gevraagd en ongevraagd advies, vanuit een onafhankelijke rol. Ik denk dat dat een belangrijke reden is waarom klanten voor ons kiezen en bij ons blijven.’

Bron: Zipconomy