+31 (0) 30 602 16 17

Flexibel werken en voor ieder een basisinkomen

22 augustus 2015

De robot dwingt ons allemaal in de flexibele schil. De voortschrijdende robotisering vraagt om een radicaal flexibele arbeidsmarkt, zo stelt Max Welling, professor of Computer Science aan de UvA. Voorwaarden zijn een basisinkomen en de voortdurende bereidheid tot omscholing.

Bijna een jaar geleden, op 29 september 2014, hield minister Asscher van Sociale Zaken een inspirerende toespraak over de kansen en gevaren van een tweede automatiseringsgolf in het bedrijfsleven. Waar de eerste automatiseringsgolf fysieke arbeid verving door machinale processen, wordt dit ‘tweede machinetijdperk’ gekenmerkt door het vervangen van mentale arbeid door kunstmatige intelligentie.

Slimme apparaten verschijnen overal in ons leven: van slimme thermostaten tot zelfrijdende auto’s. Ik deel de zorg van Asscher dat deze zichzelf versnellende automatisering kan leiden tot problemen op de arbeidsmarkt en een ongelijke verdeling van de welvaart. De vraag is dus hoe we onze samenleving moeten inrichten om de kansen die deze ontwikkeling biedt maximaal te benutten, en tegelijk de welvaart die ontstaat door de vergrote arbeidsproductiviteit zo eerlijk mogelijk te verdelen. Asscher zei hierover: ‘Zowel de politiek als alle andere maatschappelijke partijen kunnen daarbij niet blijven lopen in uitgesleten paden.’

Een van Asschers zorgen betreft de toegenomen ‘flexibele schil’. De Wet werk en zekerheid, van juni 2014, maakt het voor bedrijven lastig om werknemers flexibele arbeidscontracten aan te bieden zonder vervolgens binnen twee jaar over te gaan op een vast contract. Het voorlopige gevolg van deze nieuwe maatregelen lijkt vooral dat bedrijven hun flexibele schil uitdunnen, zonder dat dit leidt tot vaste contracten. Het effect is dus voornamelijk een verlies van banen.

De wet lijkt ook niet populair bij de flexibele werknemer zelf. In een maatschappij waarin menselijke arbeid in directe concurrentie is met automatisering moeten we ons dus afvragen of deze wet menselijke arbeid niet juist onaantrekkelijker maakt voor de werkgever, en dus een stap in de verkeerde richting is.

Radicaler denken

Om de nieuwe ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden moeten we wellicht radicaler denken. In Asschers woorden: ‘Als robots ertoe zouden leiden dat er voor veel mensen geen betaald werk meer is, moeten we ervoor zorgen dat er voor die mensen wel een inkomen is, zodat ze wel kunnen profiteren van de welvaartsgroei. Daar moeten we nieuwe instrumenten voor verzinnen, dat gaat niet met ons huidige stelsel.’

Om werkgevers aan te moedigen mensen in dienst te nemen moet arbeid zo aantrekkelijk mogelijk gemaakt worden. Misschien moeten vaste contracten helemaal worden afgeschaft. Met andere woorden: iedereen in de flexibele schil! Werkgevers kunnen dan naar willekeur mensen aannemen en ontslaan, zonder ingewikkelde procedures of dure premies.

Een arbeidscontract is dan een gevolg van marktwerking: voor arbeiders met gewilde vaardigheden moet een werkgever dan een hoger loon en meer zekerheid bieden. Er komt een platform waar werknemers hun arbeidsaanbod via hun curriculum vitae etaleren, en werkgevers hun arbeidsvraag en bedrijfsprofiel aanbieden. Bij dit bedrijfsprofiel zou ook de salarisverdeling van alle werknemers kunnen behoren, zodat arbeiders bedrijven met een scheve verdeling kunnen mijden. Vraag en aanbod worden geheel automatisch gematcht.

Het klassieke idee dat je na je opleiding op een baan moet solliciteren, moet worden doorbroken. Het nieuwe platform moet vooral ondersteuning bieden om, samen met de juiste partners, bedrijvigheid te ontwikkelen. Zo ontstaat een ecosysteem van start-ups en ‘coöperaties’ die creatieve nieuwe producten en diensten ontwikkelen. In zo’n omgeving kan mensenwerk wel eens een schaars goed blijken. De ondernemersattitude moet al op de middelbare school worden aangemoedigd.

Een tegenwerping tegen een maximaal flexibele arbeidsmarkt is dat banken geen hypotheken meer zullen verstrekken bij het ontbreken van vaste arbeidscontracten, met als gevolg dat niemand meer een huis kan kopen. Maar: banken willen geld lenen — want daar maken ze winst op — en een vast arbeidscontract is slechts één variabele die bepaalt of iemand in de toekomst in staat is om zijn of haar hypotheek af te lossen.

Bij het wegvallen van deze variabele zal de bank dus op zoek moeten gaan naar nieuwe methoden om dit te kunnen voorspellen, bijvoorbeeld door te kijken naar iemands opleiding en arbeidsverleden. Een voorbeeld: als iemand in het verleden in staat is geweest om zich snel om te scholen en bovendien bereid is gebleken te verhuizen voor een nieuwe baan, dan zijn dit positieve indicatoren dat deze persoon zich ook in de toekomst zal verzekeren van een baan en inkomen. In de nieuwe digitale wereld zullen dit soort data-gedreven voorspellingen de norm worden.

Fatsoenlijk bestaan

Het gevaar van de automatisering zit dus niet zozeer in het overbodig maken van menselijke arbeid, maar in ons onvermogen om ons snel aan te kunnen passen aan een verschuivende markt, en nieuwe producten en diensten te ontwikkelen die door deze processen mogelijk worden gemaakt.

Het moge duidelijk zijn dat zo’n extreem liberaal idee niet als sociaal zal worden ervaren. Uitbuiting van ‘de werkende klasse’ ligt op de loer. Het is daarom essentieel dat zo’n maximaal flexibele arbeidsmarkt samengaat met een basisinkomen: een bedrag dat iedere Nederlander maandelijks op zijn bankrekening ontvangt. Dat verzekert iedereen in Nederland van een fatsoenlijk bestaan, maar biedt ook ruimte voor omscholing of tijd om zelf nieuwe producten en diensten te ontwikkelen.

Het basisinkomen verlaagt ook de drempel om start-upactiviteiten te ontwikkelen, doordat de basale behoeften al worden gedekt. Ook is een basisinkomen veel goedkoper dan een uitkering doordat er een beduidend minder ingewikkelde bureaucratie omheen gebouwd hoeft te worden. Immers, iedereen heeft recht op een basisinkomen en er worden geen eisen aan gesteld.

Een baan is dan extra inkomen boven op je basisinkomen. Het salaris hoeft dus ook minder hoog te zijn dan nu het geval is, hetgeen, naast de mogelijkheid tot onmiddellijk ontslag, een tweede stimulans is voor werkgevers om meer mensen in dienst te nemen.

De vraag dient zich natuurlijk aan hoe dit alles betaald moet worden. Bedrijven zullen dit via belasting over hun winst moeten gaan bekostigen. En hoe groot is het gevaar dat half Nederland het basis-Â…inkomen voor lief neemt en de hele dag op de bank gaat zitten apegapen?

De praktijk zal dit moeten uitwijzen, maar er zijn enige experimenten met een basisinkomen gedaan met bemoedigende resultaten: verreweg de meeste mensen zijn niet lui en willen graag werken. In Utrecht zal binnenkort ook een vrij omvangrijk experiment worden gestart met het basisinkomen. Bovendien kan het basisinkomen worden ingesteld op een niveau waarop mensen worden aangemoedigd ook om financiële redenen deel te nemen aan het arbeidsproces. Men kan zich afvragen of er nog mensen zijn die de ‘vuile werkjes’ willen opknappen, maar hier zal de markt zijn werk doen: bij een grote arbeidsvraag en een laag arbeidsaanbod zal het salaris tot zo een niveau stijgen dat er wel mensen zijn die dit werk zullen aannemen.

Onderwijsbehoefte

De rol van het onderwijs zal in dit stelsel natuurlijk belangrijk zijn. Mensen moeten snel kunnen worden omgeschoold in de vaardigheden waar op de arbeidsmarkt op dat moment behoefte aan is en waarmee geld kan worden verdiend.

Maar met een basisinkomen ontstaat ook meer ruimte en tijd voor zelfontplooiing voor alle leeftijdsgroepen: zo blijft er een belangrijke rol voor onderwijs dat minder door gewin is gedreven. Er ontstaat dan hopelijk meer ruimte voor kunst en cultuur, en wellicht leidt dit tot nieuwe producten en diensten die lastig weggeautomatiseerd kunnen worden. Het onderwijs is overigens zelf onderhevig aan de krachten van automatisering: nieuwe onlineplatforms zoals Coursera, Udacity en Edx leveren vandaag de dag gratis cursussen die voor iedereen toegankelijk zijn.

 

Ook minister Asscher is doordrongen van het belang van onderwijs: ‘Schoolgaande jongeren moeten daarom worden gestimuleerd om een zo hoog mogelijk opleidingsniveau te halen.’ Maar in de arbeidsmarkt die ik me voorstel gaat het er niet zozeer om dat iedereen een zo hoog mogelijk opleidingsniveau haalt, als wel dat men bereid is tot (om)scholing in vaardigheden waar de arbeidsmarkt behoefte aan heeft. De ironie is misschien wel dat oude ambachten als timmerman, kok, meubelmaker en loodgieter meer bestand zullen blijken tegen de automatisering dan het beroep financieel adviseur of boekhouder, zodat de definitie van het begrip ‘hoog opleidingsniveau’ wellicht aan herziening toe is.

Tegelijk zullen technische opleidingen natuurlijk zeer belangrijk blijken in een automatiseringsrevolutie. Ik zou daarom een lans willen breken voor het doceren van informatica op middelbare scholen. Waar een vak als natuurkunde ons de fysieke wereld leert begrijpen, leert de informatica ons de digitale wereld te doorzien. En deze digitale wereld is met de opkomst van computers en smartphones en door de toenemende automatisering een cruciaal onderdeel van onze belevingswereld geworden. We leren weliswaar vier talen op school, maar in deze samenleving, waarin onze persoonlijke data de wereld overvliegen, is een groot deel van de bevolking nog altijd digibeet. Het zou niet schaden om in een vroeg stadium naast natuurlijke talen ook programmeertalen te onderwijzen.

Koppelen en ontkoppelen

Samenvattend pleit ik voor een drastische hervorming van de arbeidsmarkt om mensenarbeid concurrerender te maken ten opzichte van machinearbeid en machine-intelligentie.

In mijn visie moeten arbeidsaanbod en arbeidsvraag flexibel worden gekoppeld en ontkoppeld. De flexibele arbeidsmarkt die zo ontstaat moet ondersteund worden door een sociaal vangnet: een basisinkomen, dat op zijn beurt de salariskosten zal drukken. Mensen moeten worden aangemoedigd zelf bedrijvigheid op te starten om zo een rijk ecosysteem aan start-ups te creëren. Het basisinkomen verlaagt de drempel tot ondernemen omdat initiële financiering niet nodig is.

Vaste aanstellingen worden in dit stelsel een middel voor bedrijven om waardevolle werknemers aan zich te binden. Geen vaste aanstelling betekent echter niet dat iemand geen hypotheek kan krijgen: banken gaan op zoek naar andere methoden om te bepalen of iemand zijn lening terug kan betalen.

Of deze vernieuwde arbeidsmarkt het ‘Piketty-effect’ (kapitaal brengt meer op dan arbeid) kan voorkomen blijft de vraag, maar dit model heeft een duidelijke sociale component, waarbij iedereen dezelfde kansen krijgt en niemand in armoede hoeft te leven. Kunstmatige intelligentie gaat de arbeidsmarkt sterk veranderen. Maar ik vermoed dat het ook aan de basis zal liggen van de transformatie naar een arbeidsmarkt waarin menselijke arbeid en innovatie centraal staan.

Bron: dit artikel is voor het eerst gepubliceerd op: fd.nl
Klik hier voor het originele artikel

>>>Flexibel werken en voor ieder een basisinkomen