+31 (0) 30 602 16 17

Concurreer niet kapot wat je lief is

10 augustus 2015

Concurrentie is nuttig. Het is een proces waarin personen en combinaties van personen elkaar uitdagen en zodoende inspireren tot stelselmatige verbetering van hun prestaties. Het prikkelt bestaande grenzen te verleggen. Daardoor worden onverwachte mogelijkheden gecreëerd en nieuwe combinaties gevonden. Concurrentie is zodoende de motor van vooruitgang.

Maar zij heeft ook een keerzijde. Soms is zij schadelijk, want te egocentrisch afgestemd op het persoonlijke belang. Zij kan de totstandkoming van gezamenlijk draagvlak, nodig om individu-overstijgende mogelijkheden te realiseren, blokkeren en daardoor juist contraproductief zijn. Het grensgebied tussen nuttige en schadelijke concurrentie vormt daarom een interessant spanningsveld, zeker voor de fiscaal econoom die van nature opereert op de breukvlakken tussen het collectieve en private domein.

In het publieke domein is de concurrentieprikkel uitgebannen. Belasting fungeert daar als ‘prijs’ voor de overheidsvoorzieningen. Beleidsmakers bepalen de prijs die ervoor moet worden betaald. Het resultaat van een parlementair krachtenspel met andersoortige afruilmechanismen dan we kennen op de markt. Mismatches tussen het veronderstelde en het werkelijke belang van de voorziening en de daarvoor bepaalde prijs zijn politieke risico’s.

Ook binnen het private domein wordt, daar waar waar concurrentie schadelijk is, de kracht ervan via overheidsregels en -heffingen ingetoomd. Naast de bekostiging van de collectieve voorzieningen naar draagkracht, profijt of mate van bevoorrechte verkrijging kennen we zodoende een arsenaal van marktregulerende heffingsinstrumenten. Goedkope, maar onveilige, producten mogen de duurdere veilige producten niet verdringen, evenals ‘eerlijke’ producten in de concurrentieslag soms worden beschermd. In dat verband kennen we vele fiscale stimulerings- en ontmoedigingsmaatregelen.

De fiscaliteit accentueert dat economie uiteindelijk een gedragswetenschap is. De rivaliserende acties van personen, ondernemingen en instituties worden collectief ‘genormeerd’. Meestal gaat het om de juiste maatvoering. De mate van economisering en fiscalisering van de samenleving is het resultaat van maatschappelijk keuzeprocessen die als zodanig de gemoederen stevig bezig houden.

  • Zijn onderwijs en wetenschapsbeoefening meer of minder gebaat met overheidsregulering?
  • Moeten de zorg en het openbaar vervoer primair een overheidsaangelegenheid zijn?
  • Is met de afbraak van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie niet te veel van het collectieve belang opgeofferd aan het private?

Vragen waarop slechts dogmatici gemakkelijk een eenduidig antwoord weten te geven.

Maar ook de belastingwetgeving zelf kan schadelijke belastingconcurrentie genereren. Nationale stelsels van vennootschapsbelasting kunnen door hun overmatige gerichtheid op het nationale belang het hogere communautaire belang schaden en daardoor uiteindelijk ook het nationale. Beter zou zijn de vennootschapsbelasting over een gemeenschappelijke grondslag voor de hele Europese Unie te heffen en vervolgens de opbrengst via ‘neutrale’ sleutels te verdelen. Grensoverschrijdende complicaties, verkapte staatssteun en rulingirritaties kunnen dan gemakkelijker worden opgelost.

Ook de arbeidsmarkt kent schadelijke belastingconcurrentie. De belastingfaciliteiten voor zzp’ers versterken de verdringingseffecten van werknemers in reguliere dienstbetrekkingen. Het zet de bestaande arbeidsverhoudingen onder druk en holt het draagvlak van collectieve voorzieningen uit.Daar komt bij dat buitenlandse zzp’ers vanuit hun klussenbus kunnen concurreren met gebruikmaking van de in hun thuisland geldende arbeidsomstandigheden.

Dat kan als schadelijk worden ervaren. Vakbonden betogen dan ook terecht dat de EU geen vrijplaats is voor onbegrensde concurrentie; er moet worden gewerkt aan een socialere EU. Maar sociale bescherming mag niet leiden tot ongevoeligheid voor innovatieve prikkels of tot verzwakking van het persoonlijke verantwoordelijkheidsbesef. Het zoeken van compromissen tussen collectieve en individuele belangen zit de fiscale wetenschap in de genen. Daarom vanuit die boezem de tegeltjeswijsheid: ‘Concurreer niet kapot wat je lief is’.

Bron: dit artikel is voor het eerst gepubliceerd op: fd.nl
Auteur: Leo Stevens is em. hoogleraar fiscale economie van de Erasmus Universiteit Rotterdam

Lees het originele artikel

>>>Concurreer niet kapot wat je lief is