Vragen? Bel +31 (0) 30 602 16 17

Bangste jongetje van de klas. BV Nederland neemt geen risico's rond zelfstandig ondernemerschap.

3 september 2014

Terwijl het aantal zelfstandig ondernemers in Nederland groeit, werkt de overheid aan de verkeerde problemen en met de verkeerde oplossingen. Ondernemen niet wordt actief gestimuleerd maar  bestreden. Een analyse van Arjan van den Born, hoogleraar aan de Tilburg University.

Aard van het werk verschuift

De baan voor het leven bestaat niet meer. Standaardwerkzaamheden zijn we in rap tempo aan het automatiseren en elimineren. Werkzaamheden hebben een tijdelijk karakter. Niet voor niet is elke tweede functie tegenwoordig een projectfunctie. De verandering van het wezen van werk; van langdurige banen naar korte klussen gekoppeld met de dalende transactiekosten (als gevolg van technologische ontwikkelingen) hebben gezorgd voor de opkomst van de zelfstandige. Deze trends zijn overigens niet alleen zichtbaar op de arbeidsmarkt. Oplossingen als Uber & Lyft in de taximarkt en AirBNB in de hotelmarkt zijn de evenknie van de opkomst van de zelfstandige.

Pull & push

Een blik op de groeisectoren van zelfstandig ondernemers laat onmiskenbaar zien waar de oorzaken gezocht moeten worden;  grote groei in de zakelijke dienstverlening en de creatieve industrie met gematigde groei in zorg, bouw, transport. Zowel push als pull factoren spelen een belangrijke rol. In de schaarse beroepen zijn de pull factoren groter, terwijl in de beroepen met talrijke beoefenaars de push–factoren domineren. Toch zijn de pull-factoren groter dan de push-factoren. De groei van het aantal zelfstandigen is veel sterker in jaren met sterke economische groei (o.a. 1999, 2004, 2006, 2007) dan in de recessiejaren (2001, 2008-2012). De aantrekkingskracht van het zelfstandig ondernemerschap blijkt ook uit de tevredenheid van zelfstandig ondernemers; een zeer kleine minderheid ambieert terug te keren naar het vaste dienstverband. Dit terwijl grote groepen werknemers (20-30%) het zelfstandig ondernemerschap ambiëren.

Grote problemen; maar juist niet met schijnzelfstandigen of gedwongen zelfstandigen

De bovenstaande analyse zegt niet dat er geen problemen zijn met bepaalde groepen zelfstandigen. Het is geen pretje om vrachtwagenchauffeur te zijn en alleen nog verder te mogen weken bij je baas als zzp-er. Maar de problemen liggen vaak niet waar de overheid kijkt; de schijnzelfstandige en de gedwongen zelfstandige.

Laten we eerst eens kijken naar probleem één; de zogenaamde schijnzelfstandige; de zelfstandige met slechts enkele opdrachtgevers en een hiërarchische relatie met zijn opdrachtgevers. Juist onder deze groep vinden we veel van de geslaagde zelfstandigen. Dat is vanzelfsprekend en volgt uit elke economische theorie; een ondernemer zoekt immers naar een stabiele inkomensstroom met beperkte risico’s. Dat kan zijn door een dienst uniek te maken of door een groep klanten loyaal te maken en langdurig aan je te binden. Dat er vervolgens ook een hiërarchische relatie is tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, geldt in elk project. Balast Nedam, de BAM en Arcadis kunnen wel stoppen als bedrijf als we de aanwezigheid van een hiërarchische relatie als criteria voor ondernemerschap nemen. Het terugdringen van schijnzelfstandigen zal juist veel goed verdienende zelfstandigen terug in loondienst brengen en vernieuwing en flexibiliteit bij bedrijven terugdringen. En er is geen probleem opgelost. Bovendien blijft de fundamentele rechtsvraag;  waarom mogen grote bedrijven wel één of twee klanten hebben en kleine zelfstandigen niet. Zo was ik laatst bij een grote verfblikkenfabriek met alleen Akzo Nobel als klant. Waarom is dat geen schijnondernemerschap?

Laten we kijken naar probleem twee; de gedwongen ondernemer. Hier kunnen we onderscheid maken in drie groepen; 1) de persoon waarvoor banen in loondienst niet bestaan zoals de beeldend kunstenaar, 2) de persoon die liever in loondienst wil, maar omdat er (tijdelijk) onvoldoende banen zijn nu als zelfstandige werkt; denk aan de vele ontslagen middelmanagers en directeuren die er bij klussen en 3) de persoon die onder druk heeft gekozen voor het zelfstandig ondernemerschap. Ik zou groepen 1 en 2 niet als probleemgroepen willen betitelen. Ik ben blij dat er nog mensen aan het werk zijn. Voor groep 3 is dit anders. Maar laten we wel zijn. In veel van deze gevallen hebben we de banen gewoonweg niet. Als chauffeurs niet als zelfstandige verder gaan, wordt er wel een Oosteuropese collega binnengevlogen. Het oplossen van dit internationale probleem is groter dan dat van de gedwongen zelfstandige.

Er is overigens nauwelijks aandacht voor de gedwongen werknemer. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 20-30% van de Nederlandse werknemers liever als zelfstandig ondernemer aan de slag gaat, maar dat op één of andere manier nog niet kunnen. Dit probleem is getalsmatig in elk geval groter (geschat 1,5 miljoen) dan het aantal gedwongen zelfstandigen (geschat 80.000).

Veel onzin over de houdbaarheid van het sociale stelsel

Ook de onzin over de betaalbaarheid van het sociale stelsel is gebazel zonder enige onderbouwing. Dit gaat ervan uit dat ofwel 1) zelfstandigen te weinig betalen voor het gebruik van dit stelsel of 2) dat zelfstandigen de personen zijn met de minste gezondheidsrisico’s en dat de personen met de meeste risico’s in het stelsel blijven zitten. Voor beide assumpties is geen enkel bewijs. Er is eerder aanleiding voor het omgekeerde. Zo betalen zelfstandigen net zoals alle andere werkenden voor de volksverzekeringen zonder daarbij enig recht op bijstand. Er zijn diverse voorbeelden waarbij zelfstandigen geen rechten hebben en wel plichten; denk aan de 2e pijler pensioen, de verevening in het ziektekosten stelsel, opleidingen, de sectorplannen van Minister Asscher, et cetera. Ook voor het tweede argument; dat alleen gezonde mensen beginnen als zelfstandigen is er geen bewijs. Dat zou betekenen dat de werkgevers juist de minder gezonde werknemers aantrekken en de wet Poortwachter niet werkt. Dat is niet het geval. Er zijn juist duizenden zelfstandigen met een vlekje die (zonder AOV!) als zelfstandigen werken omdat ze niet in loondienst kunnen komen.

Wat zijn de problemen dan wel?

De problemen rond zelfstandig ondernemers zijn grofweg de volgende:

  1. Zelfstandigen hebben nog steeds geen positie in het Nederlandse sociale stelsel. Ze blijven een lastig fenomeen. Ze hebben weliswaar officieel enige SER vertegenwoordiging, maar bij belangrijke beslissingen worden ze niet gehoord. Het hele sociale stelsel blijft gebouwd rondom het centrale duo werkgever-werknemer.
  2. Zelfstandigen hebben nauwelijks een rechtspositie. Samenwerking wordt tegengegaan door de ACM terwijl inkoopcombinaties (monopsonies) lage tarieven kunnen afdwingen. De bescherming ligt bij de klant/opdrachtgever, niet bij de ondernemer/leverancier.
  3. De tarieven van zelfstandigen zijn in sommige sectoren erg laag. Er is sprake van gebruik en misbruik van machtsposities waardoor tarieven laag zijn en zelfstandigen simpelweg de belasting, sociale verzekeringen en pensioen niet kunnen betalen.
  4. Er ontstaat een grote groep mensen die alleen dankzij de zelfstandigenaftrek en door het besparen op pensioen en sociale verzekeringen overleven. De eventuele afschaffing van de zelfstandigenaftrek zou een enorme klap betekenen voor de grote steden met vele tienduizenden extra in de Bijstand voor Zelfstandigen (indien ze dat mogen).
  5. Te weinig zelfstandige ondernemers groeien door en huren anderen in. De stap naar duurzame creatie van werkgelegenheid blijkt te groot te zijn.

Zonder ondernemerschap geen innovatie en groei

Als we naar de toekomst kijken, weten we één ding zeker. Nederland moet een samenleving zijn waar unieke kennis in combinatie met innovatie en creativiteit op de eerste plaats staan. Anders heeft Nederland geen bestaansrecht. Nederland moet weer een ondernemend land worden; een land wat kansen zoekt, creëert en benut. Een land waar ondernemers kunnen starten en kunnen groeien. Om dat te worden spelen vele factoren een rol, een ondernemende cultuur, goede ondersteuning van ondernemers en een wetgeving die groei faciliteert.

Ondernemerschap wordt in Nederland actief bestreden

Als je dan kijkt naar onze huidige wetgeving, dan moet men constateren dat ondernemen niet wordt gestimuleerd maar actief wordt bestreden. Dat blijkt nu ook weer uit het gedoe met de VAR verklaring. Nederland schiet weer in een kramp. Net als bij elke andere vorm van deeleconomie is Nederland tegen. AirBNB mag niet, Uber mag niet en zelfstandigen mogen ook niet. Er zijn grote conservatieve krachten die elke vorm van vernieuwing tegenhouden. In plaats van de regels aan te passen en een nieuw level playing field te creëren wordt alles dat buiten het bestaande pulletje valt aangevallen. Ook werkgevers en werknemers worden bewust of onbewust in de kramp gehouden. De hele wetgeving rondom de inhuur ven zelfstandigen is weer gericht op risicomanagement; hoe kunnen we risico’s voorkomen, maar niet op het stimuleren van kansen.

Groei wordt tegengegaan; wee diegene die iemand inhuurt

Er ontbreekt een visie op ondernemerschap; hoe ziet het carrièrepad voor ondernemers er uit? Hoe zorgen we voor groei? Het begint al op de werkvloer, waar ondernemersinitiatief van werknemers actief wordt bestreden. Handhaving van regels staat centraal bij alle grote organisaties van Nederland. We mogen blij zijn dat er zoveel zelfstandigen zelf hun kansen willen grijpen. De eerste stap van loondienst of uitkering naar zelfstandigheid is dan ook de enige stap die nu nog enigszins wordt ondersteund door de overheid. Weliswaar nemen de risico’s enorm toe en geef je als zelfstandige veel zekerheden en rechten op (geen ww, geen bijstand, geen pensioen, geen ontslagbescherming), maar er is enige vorm van compensatie hiervoor in de vorm van de zelfstandigenaftrek.

Het gaat te ver om dit stimulering van ondernemerschap te noemen, maar er is tenminste enige genoegdoening voor het lef om grote risico’s te nemen. De tweede stap in de carrière van de ondernemer (van zelfstandige naar  BV) wordt al veel minder gestimuleerd. Hier wordt de zelfstandigenaftrek ingeruild en krijg je lagere belastingen en diverse DGA voordelen voor terug. Bovendien wordt de persoonlijke aansprakelijkheid beperkt. Alleen voor een kleine groep is de BV een aantrekkelijk.

Maar de derde stap, het aantrekken van personeel, is verdomd onaantrekkelijk in Nederland. Alleen zeer ambitieuze ondernemers met nauwelijks oog voor de risico’s en nadelen van werkgeverschap nemen deze stap. Niet voor niets is payrolling het enige alternatief voor vele tienduizenden kleine zelfstandigen met personeel van Nederland. Pas als je honderden of duizenden werknemers in dienst hebt gaan de risico’s van ondernemerschap in Nederland naar beneden. Dan kom je in aanmerking voor allerlei voorzieningen en luisteren uiteenlopende overheden naar je. Dan kom je aanmerking voor  tijdelijke werkloosheidsregelingen, subsidies, lobby, et cetera.

Wegnemen van de ondernemersvallen; groei is nu onaantrekkelijk

Het wordt tijd dat we erkennen dat er inkomensvallen voor ondernemers zijn. Net zoals je in Nederland dikwijls meer verdient als uitkeringsgerechtigde dan als werkende, verdien je in Nederland meer als persoon in loondienst dan als ondernemer. Bovendien verdient een zelfstandige dikwijls meer dan een kleine ondernemer met wat mensen in loondienst. Dat moet anders; risico nemen en samenwerking met anderen moeten beloond worden. Niet alleen financieel, maar ook moreel. Anders ontstaat er nooit een innovatieve en ondernemende samenleving.

Door out-of-the-box denken veel verbeteringen al mogelijk

Dat betekent overigens niet dat het stelsel op veel punten fundamenteel moet veranderen. Er zijn vele kleine aanpassingen aan het stelsel denkbaar die desondanks een grote impact hebben en Nederland ondernemender en effectiever maken. Het zijn niet altijd de geijkte Angelsaksische oplossingen gericht op prikkels die de grootste impact hebben, maar juist de aanpassingen die te maken hebben met instituties en cultuur die echt veranderingen teweegbrengen. Een interessante out-of-the-box  gedachte is bijvoorbeeld om aan coöperaties de verplichting te geven om de kwaliteit van zelfstandigen te garanderen. Dit gebeurde vroeger al met de gildes en gebeurt nu ook weer in de Amsterdamse taxiwereld. Door deze en andere nieuwe manieren van denken kunnen we oplossingen verzinnen die samenwerking en groei stimuleren terwijl zekerheid en vrijheid blijven.

Te veel macht Financiële Zaken en Sociale Zaken, maar geen visie op groei

Voor de onderkant van de arbeidsmarkt moet ook wat gebeuren. Maar de huidige discussies bij financiën en sociale zekerheid geven mij weinig moed. Het is alsof de accountant (Financiële Zaken) en de jurist (Sociale Zaken) de richting van de onderneming bepalen. Dat is altijd dodelijk. En laten we wel wezen: zonder economische groei wordt het probleem aan de onderkant van de arbeidsmarkt alleen maar groter. Om de onderkant te beschermen en ouderen en zorg te betalen moeten we fors gaan groeien. Daarom moeten we als samenleving risico’s gaan nemen en investeren in de toekomst. Dit moet geen holle kretologie zijn zoals het huidige topsectoren beleid. Er is maar één optie; dat is investeren in unieke kennis over digitalisering en automatisering. Dat is de enige toekomsttrend die duidelijk is en waar mensen in de toekomst in zullen werken. Alleen dan zullen er in Nederland voldoende banen zijn.