Vragen? Bel +31 (0) 30 602 16 17

Aanpak Schijnconstructies

15 april 2014

Bij brief van 14 maart jl. heeft u gereageerd op het Plan van aanpak schijnconstructies, dat het kabinet op 16 december 2013 naar uw Kamer heeft verzonden. Graag ga ik in op de vragen die hierover door de leden van de PvdA-fractie zijn gesteld. Omdat de vragen grotendeels een fiscaal karakter hebben, stuur ik uw Kamer deze antwoorden mede namens de staatssecretaris van Financiën.

Evenals de leden van de PvdA-fractie wil dit kabinet schijnzelfstandigheid met kracht aanpakken, zoals het kabinet heeft aangekondigd bij brief van 17 september 2012 en het voormelde actieplan schijnconstructies, en laatstelijk nog heeft onderstreept bij de beantwoording van Kamervragen over zzp-ers in de zorg en de Verklaring arbeidsrelaties (VAR). Voor de zelfstandigen die door de aanpak van de schijnzelfstandigheid geen VAR winst uit onderneming hebben ontvangen maar die wel buiten dienstbetrekking willen werken, tracht het kabinet een maatwerkoplossing te bieden, zoals omschreven in de brief van 7 april jl.

De leden van de PvdA-fractie constateren dat er grote verschillen zijn ontstaan tussen de belastingdruk voor werknemers enerzijds en de belastingdruk voor ondernemers anderzijds. Deze leden zijn van mening dat daardoor steeds vaker sprake is van louter fiscaal gedreven ondernemerschap. Het verschil in belastingdruk dat deze leden constateren, wordt ook in het regeerakkoord ‘Bruggen slaan 'geadresseerd. Daarin is te lezen dat de verschillen in belastingheffing tussen ondernemers en werknemers de afgelopen jaren zijn toegenomen. Vanwege die vaststelling was in het regeerakkoord afgesproken dat vanaf 2015 voor € 500 miljoen zou worden gekort op de aan het urencriterium gekoppelde ondernemersfaciliteiten. Door die taakstellende lastenverzwaring zou de belastingdruk die een ondernemer ervaart meer in de richting bewegen van de belastingdruk van een werknemer. Tegelijkertijd stel ik vast dat deze maatregeluit het regeerakkoord in twee stappen (Miljoenennota 2014 en Begrotingsafspraken 2014) is teruggedraaid.

Dit betekent echter niet dat daarmee het denken over de fiscale behandeling van ondernemers stilstaat. Allereerst zal het kabinet reageren op het interimrapport van de Commissie Van Dijkhuizen waarin wordt geadviseerd de ondernemersfaciliteiten te versoberen. Daarnaast resteert op grond van de Begrotingsafspraken 2014 een taakstellende lastenverzwaring van € 100 miljoen gericht op de ‘bestrijding van oneigenlijk gebruik van ondernemersfaciliteiten (waaronder schijnconstructies). Over de invulling van die taakstelling wordt de Tweede Kamer der Staten-Generaal in het eerste halfjaar van 2014 nader ingelicht. Bij deze zeg ik u toe dat de Staatssecretaris van Financiën op dat moment een brief van gelijke strekking aan de Eerste Kamer der Staten-Generaal zal sturen.

Tevens heeft het kabinet aangekondigd per 1 januari 2015 wijzigingen in de VAR-systematiek aan te willen brengen die een betere aanpak van schijnzelfstandigheid mogelijk moeten maken. De staatssecretaris van Financiën zal mede namens mij de wetgeving die daartoe strekt binnenkort naar de Staten-Generaal zenden. Ten slotte is in het regeerakkoord opgenomen dat in deze kabinetsperiode de eerste stappen in de richting van een winstbox zouden worden gezet. De eventuele invoering van de winstbox is echter een majeure operatie met mogelijk verstrekkende gevolgen. Om die reden heeft de toenmalige staatssecretaris van Financiën beide Kamers der Staten-Generaal toegezegd met een integrale analyse over de winstbox te komen. De staatssecretaris van Financiën heeft toegezegd deze integrale analyse, als onderdeel van een reactie op de adviezen van de Commissie Van Dijkhuizen, in het tweede kwartaal van 2014 aan beide Kamers aan te bieden.

Ik stel dan ook vast dat er de komende tijd voldoende gelegenheid is om met het kabinet te spreken over de fiscale behandeling van ondernemers. Naar mijn mening zou dat een breed debat kunnen en moeten zijn. Ik zie de door deze leden gesuggereerde fiscale maatregelen dan ook als eerste, en waardevolle, aanzet van, en inbreng voor een dergelijk breed debat.

De PvdA-fractie vraagt daarnaast specifiek naar het bevorderen van het in dienst nemen van personeel door zzp’ers en naar vermogensvrijstellingen. In dit kader verwijs ik naar de brief over ambitieus ondernemerschap die onlangs door de Minister van Economische Zaken aan de Tweede Kamer is gezonden9. Dit plan bevat diverse maatregelen om doorgroei te bevorderen, zoals:

  •  € 75 miljoen voor vroege fase financiering en een co-investeringsregeling voor business angels voor ambitieuze ondernemers die willen groeien.
     
  • Meer durfkapitaal om te innoveren in de latere groeifase van jonge, innovatieve ondernemingen via het Dutch Venture Initiative gestart in de zomer van 2013. Dit betreft een 'fund of funds' van vooralsnog € 150 miljoen.
     
  •  De Miljoenennota 2014 voorzag in een verzachting van € 200 miljoen van de in het regeerakkoord opgenomen maatregel (Kamerstukken II, 2013/14, 33 750, nr. 1, blz. 77).
     
  • Het resterende bedrag van € 300 miljoen is geschrapt in de Begrotingsafspraken 2014 (Kamerstukken II, 2013/14, 33 750, nr. 19, blz. 3 en 4). De eerste toezeggingen van ruim € 50 miljoen vanuit dit fonds hebben inmiddels plaatsgevonden.
     
  • Start van NLevator dit voorjaar: een ecosysteem van en voor ambitieuze ondernemers waarbij stakeholders en groeiondernemers gefaciliteerd worden. EZ is één van de netwerkpartners hierbij.

Ondernemers wijzen verder op de werkgeversverplichtingen rondom ziekte die vooral startende ondernemers huiverig maken om door te groeien en mensen aan te nemen. Eerdere kabinetten hebben dan ook al veel gedaan om belemmeringen voor het aannemen van personeel weg te nemen. De loonheffing is vereenvoudigd en het loonbegrip is versimpeld. Verder is de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds opgeschoond hetgeen de lasten eenmalig heeft verlaagd met € 1,3 miljard. Ik heb in december 2013 toegezegd de knelpunten van de loonbetalingsplicht bij ziekte te onderzoeken.

Ten aanzien van vermogensvrijstellingen voor zelfstandigen wijs ik er tot slot op dat in het najaar van 2013 is aangekondigd dat wordt onderzocht hoe pensioenvermogen in de derde pijler buiten de vermogenstoets van de bijstand kan blijven. Deze betere bescherming van het derdepijlerpensioen was een wens van de zzp-organisaties en zal de pensioenopbouw van zzp’ers stimuleren. Daarnaast heeft de staatssecretaris van Financiën toegezegd de fiscale wetgeving zodanig aan te passen dat bij arbeidsongeschiktheid het derdepijlerpensioen opgenomen kan worden zonder dat daarbij revisierente is verschuldigd. Beide regelingen zullen bijdragen aan een verbeterde positie van zzp’ers.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

L.F. Asscher

http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2014/04/15/kamerbrief-aanpak-schijnconstructies.html