Zo organiseren we de arbeidsmarkt: Vast versus Flex

Zo organiseren we de arbeidsmarkt: Vast versus Flex

De arbeidsmarkt is een onderwerp dat bij elke Tweede Kamer verkiezing terugkomt. En iedere keer weer roepen partijen dat het anders moet. Slimmer, eerlijker en beter georganiseerd. Maar hoe dan? In deze podcast gaat Tjebbe van Oostenbruggen dieper in op een onderwerp dat al jarenlang een heet hangijzer is in de politiek: hoe organiseren wij de relatie tussen vast en flex?

De uitwassen van flex

De laatste jaren klinkt steeds meer het geluid dat flex is doorgeschoten. Tjebbe van Oostenbruggen brengt hier nuance in. “Het probleem is dat er uitwassen zijn op het gebied van flex. Maar er zijn ook uitwassen op het gebied van vast.” Het is een mix om de arbeidsmarkt dynamisch te houden en volgens Tjebbe van Oostenbruggen hebben we daar met z’n allen voor gekozen. Dat terwijl we er ook voor hebben gekozen om marginaal te investeren in de handhaving hiervan. Hierdoor worden de werkgevers die slecht omgaan met vaste- of flexkrachten niet aangepakt.

“Wat je nu ziet is dat regels grijs zijn en dat er niet of nauwelijks handhaving is. Als je weet dat er 5 jaar lang niet wordt geflitst op de snelweg, dan ga je automatisch te hard rijden. Dat is vervelend voor de mensen die wel de regels volgen. En met schijnzelfstandigheid lijden de goede onder de kwade.” Grote bedrijven zijn hierbij te bang voor reputatieschade, maar de kleine werkgevers maken gebruik van allerhande zelfstandige constructies. Bang om op de voorpagina van de telegraaf te komen, zijn ze niet.

Goedkoop

Maar wanneer gaat het dan fout? “Het is een uitwas wanneer de keuze voor flex is gelegen in het feit dat het goedkoper is. Dat mag nooit de reden zijn om gebruik te maken van flex. Deze reden moet gelegen zijn in flexibiliteit, schaarste, specifieke expertise of opvullen van een ziektepiek. En dat soort zaken mogen geld kosten.” Aldus Tjebbe van Oostenbruggen. Neem het voorbeeld van de maaltijdbezorgers. Die kunnen baat hebben bij een flexcontract maar ze moeten dan ook tenminste evenveel betaald krijgen als een vast contract. Zodra je flex duurder maakt ga je zien dat werkgevers meer vaste werknemers in dienst gaan nemen.

“Het onderbetalen van vaste medewerkers is keihard verboden: dat noemen we de wet op minimumloon.” Deze wet wordt gehandhaafd, er is geen werkgever die hieronder gaat zitten. “En bij flex hebben wij ook een hele duidelijke grens onder uitzenden: Gij zult nooit een externe slechter betalen dan een interne. Dat is een hele duidelijke wet. En op het vlak van zzp’ers hebben we de afgelopen jaren verzuimd om te komen tot hele strakke, duidelijke, heldere, zwart witte wetgeving.” Er is een eerste stap gezet met deze wetgeving, maar dit minimumloon was maar 16 euro waar je nauwelijks van zou kunnen rondkomen als zzp’er. Daarnaast werd er in het wetsvoorstel een berg administratieve lasten meegenomen waardoor het uiteindelijk de eindstreep niet heeft gehaald.

Deens Model

De VVD stelt voor om in plaats van vaste contracten te gaan naar het Deense model: alleen maar tijdelijke contracten van ongeveer 5 tot 7 jaar. Waardoor je tijdens het contract moet blijven afstemmen of je nog wel op je plek zit. Tjebbe van Oostenbruggen is ten eerste blij dat er openlijk wordt gesproken over vaste contracten die minder vast kunnen. Maar hij gelooft niet dat dit iets kan worden. Geen vakbond gaat hier een handtekening onder zetten. We zouden wel vaste contracten minder vast kunnen maken. Risico’s eerlijker verdelen zoals loon doorbetalen bij ziekte, door participatie en opleidingen niet te koppelen aan vaste contracten en het mogelijk maken makkelijker uit elkaar te gaan als werkgever en werknemer.