Stageplaatsen, 'gunstig voor de bedrijfsvoering'

Stageplaatsen, 'gunstig voor de bedrijfsvoering'

Stageplaatsen aanbieden aan leerlingen, wat heb je daaraan als werkgever? Die vraag stond centraal in BNR Brainnet Werkverkenners van 2 maart. Columnist Pierre Spaninks ziet naast allerlei ideële beweegredenen ook een hele zakelijke. En heeft daar wel een kleine kanttekening bij.

Een tijdje geleden wilde ik een klusje laten uitvoeren aan mijn huis. Daarvoor koos ik (uiteraard) een kleine zelfstandige. Duidelijk een vakman, met goeie referenties en een acceptabele offerte. Naar het werk bracht hij een stagiaire mee: een jonge vrouw die een vakopleiding volgde op vmbo-niveau. Ze vormden duidelijk een goed team, en werkten lekker door. In de loop van de ochtend dronken we samen koffie en tussen de middag maakte ik een pannetje soep of bakte ik kroketten. Bij een van die gelegenheden informeerde ik naar hun samenwerking, als ondernemer en stagiaire. 

Erkend leerbedrijf

Hij begon meteen over haar inzet, haar kennis van nieuwe producten en technieken, en haar frisse blik. Zij over zijn ervaring en zijn feeling voor de meest uiteenlopende materialen. Meer in het algemeen vond hij het belangrijk om een bijdrage te leveren aan de opleiding van jonge vakmensen: dat hij een erkend leerbedrijf had was ook goed voor zijn imago. En zij waardeerde het dat zij zich door haar stages een beeld kon vormen van de arbeidsmarkt. 

Het was allemaal botertje tot de boom, ons gesprekje, totdat ik dacht te informeren naar de financiële kanten van de zaak. Dat hij een vergoeding kreeg om haar te begeleiden, wist ik. Maar kreeg zij ook een vergoeding voor haar stage? Zij leverde tenslotte duidelijk een bijdrage aan de uitvoering van het werk. Daarop viel er een pijnlijke stilte.

De Stichting Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven heeft in 2016 een enquête gehouden onder leerbedrijven, om te achterhalen wat hun motieven waren om stageplaatsen aan te bieden aan leerlingen en welke meerwaarde zij daarin zagen. Van deze bedrijven had 39% zowel leerlingen in het bedrijf uit de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) als beroepsopleidende route (BOL), 34% had vooral BBL’ers en 27% vooral leerlingen uit de BOL. 

Hoge kwaliteitsstandaard

Gevraagd naar de redenen waarom die bedrijven zich ooit hadden aangemeld als leerbedrijf, zeiden ze bijna allemaal dat dat was omdat ze jongeren een kans wilden geven en omdat ze zo betrokken waren bij hun branche. Driekwart zei op die manier een hoge kwaliteitsstandaard in het bedrijf te willen realiseren. Voor tweederde was de zorg voor balans in het eigen personeelsbestand een reden om leerlingen op te leiden, en voor de helft de omstandigheid dat men nieuwe mensen nodig had. Als voordelen van een leerbedrijf zijn, noemde driekwart dat jonge mensen zorgen voor een open en dynamische sfeer, tweederde dat ze actuele vakkennis meebrengen, en slechts een derde (38%) dat het “gunstig voor de bedrijfsvoering” is. 

Dat “gunstig voor de bedrijfsvoering” mogen we, denk ik, wel opvatten als: een stagiair levert per saldo meer op dan dat hij of zij kost. Nu hoort u mij niet beweren dat het slecht is om iets uit zakelijke motieven te doen. Maar ik denk wel dat dan de lusten en de lasten een beetje in evenwicht mogen zijn, ook op financieel vlak. Een leerling of stagiair die productief werk doet, verdient het daar een nette vergoeding voor te ontvangen. Ook als hij of zij studiefinanciering krijgt. Tenslotte heeft het leerbedrijf ook recht op een tegemoetkoming voor de kosten van de begeleiding, die kan oplopen tot 2.700 euro per praktijkplaats.