Nieuwe arbeidsmarkt

Nieuwe arbeidsmarkt

Het moet echt allemaal anders op onze arbeidsmarkt. Daar lijkt iedereen het over eens te zijn. En dat het onlangs verschenen rapport van de Commissie Borstlap handige bouwstenen bevat, daar heeft Brainnet 24 januari al een gesprek over gevoerd in het programma Ask me Anything van BNR. Ondertussen zijn de werkgevers zo creatief dat er voortdurend nieuwe arbeidsrelaties bijkomen. Daardoor is er een woud aan contractvormen ontstaan waar niemand meer zijn weg in vindt. Dat probleem zou wel eens hardnekkig kunnen zijn. In het rapport van de Commissie Borstlap staan duidelijke richtlijnen, onderverdeeld in 5 bouwstenen.

Bouwsteen 1: Bevorder interne wendbaarheid en rem externe flexibiliteit af

Hanneke Bennaars, lid van de Commissie Borstlap en universitair docent arbeidsrecht, licht toe: “Hier staat dat slechte flexcontracten niet meer moeten mogen en dat het vaste contract veel meer flexibiliteit in zichzelf moet hebben. Als je een baan hebt maar als je in een bepaalde levensfase zit, bijvoorbeeld met kinderen, moet je de mogelijkheid hebben je werk anders in te delen.”

Jacco Vonhof, ondernemer en voorzitter van MKB Nederland, plaatst hier graag een kanttekening bij: “In een groot bedrijf werkt dat prima. Maar als je kijkt naar ondernemers met 6 of minder medewerkers, word het een ander verhaal. Hoeveel onderlinge uitwisselbaarheid zit er in dat soort bedrijven? Nul komma niks.”

Ruben Houweling, hoogleraar arbeidsrecht en initiatiefnemer van het Wetboek van Werk, ziet het nut hier wel van in: “Het is wel zo dat het arbeidsrecht het heel ingewikkeld maakt om te zeggen ‘je bent nu leraar arbeidsrecht maar we willen minder leraren arbeidsrecht dus jij gaat gewoon docent rechten worden.’ Dat is een eenzijdige wijzing van de functie. Dat is nu heel ingewikkeld. Dat je daar iets meer de ondernemer de ruimte moet geven om te kunnen bewegen in de onderneming, daar valt wat voor te zeggen.”

Bouwsteen 2: De 3-baansweg van de contractvormen

Hanneke: “De gedachte is dat we uitzendbureaus hebben voor tijdelijk werk, als je iemand in dienst wilt nemen, dan doe je dat en als je wilt ondernemen, dan ga je lekker ondernemen. Dat zijn de opties. Geen 0-urencontracten, payrolling of andere tussenvormen. Die tussenvormen bieden arbitragemogelijkheden voor organisaties die op zoek zijn naar arbeid voor de laagste prijs. Dat is onwenselijk.”

“Ondernemers zijn natuurlijk creatief,” geeft Jacco aan, “en ze zoeken naar eenvoud. Ze willen dingen zo eenvoudig mogelijk regelen binnen de wet. Vaak is eenvoudig ook goedkoper. Dus ondernemers zoeken altijd naar die weg. Ik vind dat niet per se slecht gedrag, maar het kan wel ontaarden in heel slechte bewegingen in de richting van de mensen die het werk moeten doen.”

Ruben geeft aan dat ze iets vergelijkbaars voorstelden in het Wetboek van Werk: “Accepteer die diversiteit in het werk als een gegeven. Maar creëer het recht zo dat het niet uitmaakt. Het moet niet uitmaken of je zzp’er of vaste medewerker bent, want jouw inkomen is redelijk en je vangnet is geborgd. Dan zal je zien dat die concurrentie onderling ook afneemt, want het maakt niet zoveel meer uit.”

Bouwsteen 3: Stel alle werkende in staat om zich te ontwikkelen en te blijven leren

Hanneke: “Het idee is dat iedereen een persoonlijke leerrekening krijgt en dat de hoogte hiervan afhankelijk is van je initieel genoten onderwijs. De werknemer moet zelf de regie hebben. Waar nodig moet er hulp zijn om hier invulling aan te geven, maar het is een individuele rekening. Dat betekent dus ook dat het switchen tussen contractvormen vele malen makkelijker is omdat je in het basispakket eigenlijk alles al hebt zitten wat aan jou hangt.”

Jacco noemt deze bouwsteen de allerbelangrijkste: “Ik heb zelf een tijdje geleden voor de mbo-raad een rapport geschreven over een leven lang ontwikkelen met persoonlijke potten. Ook daar is de richting dat iedereen een persoonlijk ontwikkelbudget heeft.”

Bouwsteen 4: Basisinkomen zekerheid voor alle werkende en iedereen fiscaal gelijk behandelen

“De gedachte hierachter,” legt Hanneke uit, “is dat het niet uitmaakt onder welke noemer je je arbeid verricht, het moet op dezelfde manier belast worden. Voor investeringen in mensen en kapitaal blijven subsidies bestaan. Er blijven dus nog steeds fiscale capaciteiten voor ondernemers, maar niet vanwege het enkele feit dat jezelf ondernemer noemt en een risico neemt. We adviseren die risico’s af te nemen in het universeel fundament.”

Jacco is niet voor het snijden in die ondernemersvoordelen. “Heel veel van die ondernemersvoordelen zorgen ervoor dat veel mensen het ondernemerschap ook aandurven, ook al verdienen ze in het begin wat minder.”

Bouwsteen 5: Kom tot een activerend en inclusief arbeidsmarktbeleid

Hanneke: “We hebben teveel ingezet op financieel sanctioneren, terwijl het doel eigenlijk moet zijn dat mensen die uitvallen snel weer de markt op gaan. Dan moet je daar ook snel bij zijn en snel activeren. Nog voordat ze hun vorige positie verloren hebben.”

Ruben pleit vurig voor een gezamenlijk invoer van de laatste 3 bouwstenen. “Start alsjeblieft bij dat fundament. Maak er geen uitgeklede variant van. Maak werk van een leven lang ontwikkelen en vooral de activering van werkers op de arbeidsmarkt. Nu wachten we eerst tot iemand ontslagen is en dan pas kan de UWV ermee aan de slag. Terwijl we al ruim van te voren kunnen zien aankomen dat iemand moet gaan aanpassen. Die proactieve houding is nodig. Daarin past scholing, en een innoverend partij met persoonlijk contact.”

Kortom: er moet iets gebeuren, want de kloof tussen vast en flex is te groot. Vast hoeft niet per se de norm te worden, maar er moeten voor werkenden meer zekerheden komen. Bijvoorbeeld in de vorm van een leven lang ontwikkelen en verplicht, maar ook betaalbaar, verzekeren tegen risico’s.