Innovatiekracht van flexwerkers

Innovatiekracht van flexwerkers

Een flexibele schil. Voor sommige branches is zo’n schil, juist nu, onontbeerlijk. Denk aan de horeca en de evenementenbranche. In deze uitzending willen we onderzoeken wat het wel of niet hebben van een flexibele schil betekent voor de innovatiekracht. Want je kunt verschillende kanten op redeneren.

“Je kunt je bedenken dat het hebben van een flexibele schil positief is voor innovatie, omdat je kennis van buiten naar binnen haalt. Je kan ook de andere kant op redenen, dat het juist negatief is voor innovatie, omdat ze minder binding hebben met je bedrijf.”

Vaak wordt gedacht dat je voor innovatie bij de hoog opgeleide zzp’er moet aankloppen en niet bij de praktisch opgeleide uitzendkracht. “Maar juist deze mensen hebben bij verschillende bedrijven hebben gezien hoe werkprocessen eruit zien en weten hoe het anders georganiseerd kan worden.”

Maar toen kwam corona. Hebben we straks überhaupt nog wel flexwerkers?

Sarike Verbiest, onderzoeker flexibele arbeidsmarkt TNO, ziet dat het niet zo zeer gaat over hoeveel flexibele werkers je hebt, maar hoe je ermee om gaat. “Om het innovatie talent van de werknemers te kunnen benutten. moet je die flexibele werknemers ontwikkelmogelijkheden bieden. Je moet ze uitdaging bieden en opnemen in de bedrijfscultuur. We hebben een tweejaarlijkse enquête, die onder 5000 bedrijven in Nederland wordt afgenomen. Daar hebben we gevraagd hoe ze omgaan met flexibele werknemers en in hoeverre zei productinnovatie, procesinnovatie en arbeidsinnovatie hebben gehad het afgelopen jaar. Dat brengen we vervolgens met elkaar in verband.”

Henk Volberda is hoogleraar Strategie en Innovatie UvA en vindt het idee dat flexkrachten kunnen bijdragen aan innovatie een utopie. “Alle mensen zijn creatief en hebben ideeën, ook zzp’ers en flexwerkers. Maar als het gaat om vaste arbeidscontracten versus flexwerkers, zie je dat flexwerkers nieuwe kennis naar binnen brengen. Maar langdurig investeren in de vaste medewerkers, heeft veel meer effect op innovatie.”

Toch hechten veel werkgevers aan een flexibele schil. Misschien wel meer dan eigenlijk nodig is.

Anne Megens, beleidsadviseur AWVN, ziet dit vooral bij bepaalde bedrijven. “Je ziet dit vooral bij bedrijven die zoeken naar wendbaarheid en daar heel snel kijken naar flexibiliteit in contacten. Terwijl ze eigenlijk zoeken naar flexibiliteit in functies of roosters en daar onvoldoende gebruik van maken. Als we het hebben over innovatie en creativiteit dan wordt dat allemaal positief beïnvloed als een medewerker het gevoel dat hij voor langere duur aan een organisatie gebonden is.”

Ton Wilthagen is hoogleraar Arbeidsmarkt bij de Universiteit Tilburg. “Ik ben zeker voor flexibiliteit, maar je moet flexibiliteit wel goed inrichten en ondersteunen. Als flex laagwaardig is en alleen maar wordt ingezet als het nodig is, dan krijg je die tegenstelling tussen innovatie en flex. Dus de manier waarop je flex organiseert is wel cruciaal.”

Conclusie: het doet er dus niet toe hoe groot de flexibele schil is, het gaat er om hoe je met je flexkrachten omgaat. Wie in hun ontwikkeling investeert en ze bij de organisatie betrekt, ziet dat terug in de innovatiekracht. Ook het type flexer doet er niet echt toe. Ze komen allemaal met ervaringen van buiten die het bedrijf kunnen helpen.

Innovatiekracht van flexwerkers - 16 juni 2020
Beluister de uitzending