+31 (0) 30 602 16 17
Brief aan Minister Wouter Koolmees

Brief aan Minister Wouter Koolmees

Tjebbe van Oostenbruggen op 25 januari 2018

Geachte heer Koolmees,

Met verbazing heb ik kennisgenomen van het bericht op nu.nl van hedenochtend 25 januari. U heeft op 24 januari 2018 gesproken met “de markt” over de problematiek rondom de wet DBA en zzp’ers. Uw conclusie is dat het probleem voornamelijk zit in het begrip “gezagsverhouding”, dit is de markt met u eens. En het stelt u teleur dat de markt geen enkel alternatief weet aan te dragen. Graag zet ik dit even recht, want er zijn wel degelijk alternatieven.

Het probleem in Nederland is dat je als ondernemer elk type bedrijf kan starten en daarin zelf kan werken. Je kunt alleen geen uitzendbureau starten vanuit waar je jezelf aanbiedt. Je kan een garage beginnen en zelf monteur zijn, je kan een boer worden en zelf je eigen land bewerken, je kan een fitnesscentrum beginnen en zelf instructeur worden. Maar je kan géén uitzendbureau beginnen en je eigen arbeid ter beschikking stellen. Vanwege het fenomeen “gezagsverhouding”.

Daar zijn overigens wel 2 goede redenen voor, en daar ligt nou juist de crux en tegelijk de oplossing voor dit hele probleem. Reden 1: In Nederland willen we niet dat er geconcurreerd wordt op de kostprijs van arbeid. Het is verboden om middels ongewenste constructies arbeid aan te bieden aan klanten onder de kostprijs die door cao-partijen is vastgesteld. Reden 2: In Nederland willen we niet dat een groep (lees: kansrijke zzp’ers) zich onttrekt aan de solidariteit van het sociale zekerheidsstelsel. De groep zzp’ers bestaat vooral uit mensen die in staat zijn hun eigen broek op te houden, de spreekwoordelijke “sterke schouders”. Juist van die groep begint Nederland de broodnodige bijdrage aan de sociale potten (lees: kansrijke zzp’ers) te missen. Deze sterke schouders dragen nu niet bij aan ons stelsel omdat zij niet vallen onder de verplichte sociale verzekeringspremies.

Oplossing 1:
Leg in de wet vast dat de kostprijs van arbeid nooit lager mag zijn dan hetgeen de klant zelf betaalt voor zijn eigen loondiensters. Dit staat al in de wet Waadi, artikel 8, en noemen we in de volksmond “de inlenersbeloning”. Verbied klanten om arbeid van zzp’ers in te huren onder dit minimum zoals door Asscher is opgenomen in de Wet Aanpak Schijnconstructies. Géén minimumtarief dus (18 euro per uur is echt héél laag. In de bouw bijvoorbeeld ligt de kostprijs van arbeid in bijna alle gevallen boven de 30 euro per uur), maar een verbod voor klanten om minder te betalen dan wat zij via een “normaal” uitzendbureau zouden inhuren.

Oplossing 2:
Laat zzp’ers linksom of rechtsom meedragen aan de sociale potten, en laat ze onder voorwaarden toe tot de sociale verzekeringen. Dan sla je 2 vliegen in 1 klap. De potten worden gevuld, en als een zzp’er zijn nek breekt komt deze niet direct in de bijstand.

Als ik deze oplossingen moet samenvatten: maak het mogelijk dat zzp’ers hun eigen arbeid kunnen aanbieden via hun eigen uitzendbureau. U hoeft dan niets te repareren aan het lastige fenomeen van de gezagsverhouding én u bestrijdt de oneerlijke concurrentie tussen flex- en vast. Misschien wordt de kloof tussen flex- en vast dan ook wel kleiner…

Enne, een persoonlijke noot, zegt u alstublieft niet dat marktpartijen geen alternatieven aandragen, want dat is dus gewoon niet waar. De markt zit niet op één lijn, maar dat komt door de aloude tegenstellingen binnen de Nederlandse polder. Er zijn wel méér dossiers waarbij er een ruime keus is aan alternatieven, maar de markt en/óf de politiek er gewoon niet aan wil…

Was getekend,

Tjebbe van Oostenbruggen, directeur van flex-bedrijf Brainnet.

>>Brief aan Minister Wouter Koolmees